wsnp en leesgedeelte

Aangenomen wet WSNP Eerste Kamer Der Staten Generaal in Den Haag

 

Op 1 december 1998 trad de wet WSNP (schuldsanering natuurlijke personen) in werking. Een wet die voorziet dat iemand, die buiten zijn schuld om in een problematische financiële situatie is beland, niet tot in lengte van jaren met zijn schulden achtervolgd kan worden. Met als einddoel een onderlinge regeling te treffen met de schuldeisers, met als uiteindelijke beloning…de schone lei.

De wet begon in 1992 een gezicht te krijgen. Echter, duurde het nog zeven jaar voordat de vorming ervan volledig was afgerond. Volgens de Eerste kamer was de wet WSNP (wet schuldsanering natuurlijke personen) te gecompliceerd en te duur. Bovendien zouden de rechtbanken een verhoogde werkdruk krijgen, met justitiële achterstanden als gevolg. Na een onderzoek van de commissie ‘Schone lei’, waarbij de voorwaarden nog eens werden onderzocht en verscherpt diende voormalig minister van Justitie, Winnie Sorgdrager een novelle in. Maar volgens de Eerste kamer mistte haar novelle de volledige financiering en uitvoering ervan. Het speerpunt van de Eerste kamer, die vond dat justitie naast de toenemende werkdruk deze wet niet in financiële middelen volledig kon voorzien. Voormalig  minister Melkert kwam de Eerste kamer uiteindelijk tegemoet met een structurele bijdrage van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid.

Drie jaar lang heb ik moeten bijten op een houtje. Lang heb ik me verzet om de aanvraag in te dienen. Schaamtegevoel en vernedering waren de grootste blokkades om de aanvraag in te dienen. Spookverhalen hielden me strijdbaar om alles zelf op te gaan lossen.

Vanuit de krochten in mijn gevoelsleven zag ik uiteindelijk in dat het zo niet langer kon, waarna mijn strijd begon. De strijd tegen de bureaucratie, de strijd om overeind te blijven en de strijd om te overwinnen.

Of, zoals in mijn boek vermeld de woorden van Dolly Parton: ‘Als je de regenboog wil, moet je de regen erbij nemen.’

 

Bijten op een houtje – de schuldsanering in Nederland tot twee cijfers achter de komma  

 

Leesgedeelte

 

Toelating

Edelachtbare, neemt u me serieus en

geeft u me een kans

Edelachtbare, neemt u voor mij een goede keus

want dit is voor mij geen klompendans

 

Is er plaats voor mij?

Want ik wacht al zo lang

Ik heb er toch recht op

totaal geen noten meer op mijn zang

 

Heeft u een voorstellingsvermogen?

Hoe het voelt om te zijn bedrogen?

Om te vechten voor eer en respect

Doch, telkens te worden afgebekt

 

Ik ga wel terug in de tijd

Edelachtbare, zend me naar de slotbalans

Ik wil dat u me bevrijdt

Edelachtbare, krijg ik die kans?

 

 

Schoon schip op de ark van Noach

 

Eenmaal toegelaten tot de WSNP moest het nog een beetje tot me doordringen. In mijn belevingswereld was ik toegelaten op de ark van Noach. De laatste treden over de loopplank liet ik achter me. Waarna ik het gevoel had gekregen dat ik me de komende drie jaar mocht gaan verschuilen op zijn veilige ark. Kluiten en modder gooiende, scheldende en met vuisten gebalde schuldeisers konden me nu niet meer bereiken. Net voordat ik aan boord van de ark stapte keek ik nog even om naar hen, overmand door schaamtegevoelens. Ik zag de boze gezichten, de gebalde vuisten en de omhooggestoken middelvingers van een groep mensen die ik had benadeeld, omdat ik de kracht niet meer had het tij te keren. Uit schaamte kroop ik in een hoekje met een bruin deken over me heen, zodat niemand me kon zien. De deken was bevuild met modder en er zaten tal van gaten in, maar dat deerde me niet. Ik was veilig en onbereikbaar. En daar zat ik. Stilletjes onder een kapotte en vervuilde deken, de schaamte proberen weg te moffelen.
Echter, het schaamtegevoel dat ik het zover had laten komen, bleef.
Ondanks de duisternis zag ik plotseling de gezichten van mensen om me heen die ik vroeger goed had gekend. Het waren vooral vrienden en familie. Er waren zelfs mensen bij die allang waren overleden, maar me kracht gaven door tegen mij te glimlachen. Alsof zij allen wilden zeggen: ‘Je hebt het gered en een rumoerige periode van je leven afgesloten.’ Het voelde veilig aan, mede dankzij de accepterende gastvrijheid van Noach. Van Noach kreeg ik niet alleen gastvrijheid maar ook bescherming en vooral begrip. Noach was op dit moment mijn God en hij ging me de komende drie jaar beschermen doordat ik me terug mocht trekken op zijn veilige ark wanneer ik zou worden bedreigd. Zijn ark was mijn veilige haven.
Op dinsdag 25 juni 2013 om 15:21 uur gingen de deuren van de ark dicht en hees Noach de zeilen. We voeren weg en ik besloot niet meer achterom te kijken, doch een verbrijzeld verleden achterlatend.
Zwevend met een onwerkelijk gevoel sloot ik het telefoongesprek met de griffier van de rechtbank in Leeuwarden af. Ondanks dat het een gevoel van bevrijding en opluchting moest zijn, ervoer ik het zo niet. Na het verwerken van zes dossiers gevuld met net geen 700 A4’tjes en 293 dagen na het eerste intakegesprek bij de kredietbank met mevrouw Sap, was ik toegelaten tot het wettelijke traject schuldsanering en was ik volgens de rechtbank een saniet. Een saniet, na zes maanden loonbeslag en 21 kilo’s kaas, betaald door mijn schuldeisers. Een saniet, 82 dagen na het indienen van mijn tweede verzoek bij de rechtbank waarvoor nog eens 456 A4’tjes nodig waren geweest. De woning was nog niet verkocht noch de kinderalimentatie geregeld.
De griffier verzocht me zo spoedig mogelijk contact op te nemen met mijn aangewezen bewindvoerder. Ik belde hem diezelfde middag nog en kreeg zijn secretaresse aan de lijn.
‘Het kan wel twee weken duren voordat de bewindvoerder op huisbezoek komt, want het is erg druk. Hoe dat zal gaan weet ik niet precies, maar u mag geen schulden meer maken en als u wordt benaderd door een schuldeisers dan moet u niet reageren, luister goed, niet reageren op hun voorstellen maar direct de naam van de bewindvoerder aan hen doorgeven. Op het moment van toelating moeten ze u met rust laten. En wat ook belangrijk is om te weten: wettelijk gezien start het traject schuldsanering direct na het telefoontje met de griffier van de rechtbank en niet na de eerste ontmoeting met de bewindvoerder. Al er verder geen vragen zijn dan kunnen we het gesprek afsluiten.’
Was dit de stem van mevrouw Noach?
Dia stond vlak naast me, feliciteerde me en gaf me een appel. Zij vertelde trots op mij te zijn, trots dat ik geen rare bokkensprongen had gemaakt tijdens de aanvraag.
Die ochtend kwam mijn buurvrouw nog even snel langs om me sterkte te wensen voor de komende tijd. Ze had een koeltas voor me bij zich met vijf stukken vlees erin.
‘Als je deze twee karbonades vanavond gaat braden, dan kan de rest nog wel even in de vriezer’, vertelde ze me met een bemoedigende stem.
Via de post kreeg ik een kaart met “Veel sterkte” van Kim. De postblokkade werkte dus nog niet direct, merkte ik op.
Ilona vertelde me diezelfde avond telefonisch nog ‘dat het zo veel beter is’ en drukte me op het hart: ‘Voor jou is deze periode wel te overbruggen. Je kunt lekker vooruitkijken, hebt een leuke en goedbetaalde baan en kunt daarna een mooie doorstart maken. Ik zal hier thuis geregeld dubbel gaan koken. Komt goed met jou.’
Fee, een vriendin uit Buitenpost, stuurde ik de tekst met mijn gevoelsuitingen over vergelijking met de ark van Noach via de mail. Zij vond het prachtig. Ik zal de komende tijd aan je denken, liet ze me weten.
Ook nam ik afscheid van mevrouw Sap, die ik had beloofd op de hoogte te stellen van de gerechtelijke uitspraak. Ik bedankte haar voor de inzet, beseffende dat haar taak erop zat.

Bankblokkade

Eén dag saniet en ik kon echt nergens meer bij. Mijn bankrekeningen waren volledig geblokkeerd. Bij de middagpost zat het vonnis van de gerechtelijke uitspraak en twee dagen later kreeg ik een brief van de kredietbank met de voorwaarden en de gestelde eisen van de WSNP. Deze voorwaarden moest ik goed doornemen en één exemplaar zo spoedig mogelijk ondertekend terugsturen. Tevens vermeldde het formulier dat de meterstanden moesten worden doorgegeven, waarna er opnieuw een berekening zou plaatsvinden. De voorwaarden van de kredietbank maakten me goed duidelijk dat het nu menens werd. De ark van Noach bleekt geen speelplaats te zijn.
Dat merkte ik ook aan de voorwaarde dat mijn inkomende post de komende dertien maanden zou worden doorgestuurd naar mijn aangewezen bewindvoerder. Was ik woonachtig in Leeuwarden, de stad waar mijn bewindvoerder zetelt, dan kon ik mijn post één keer per week zelf ophalen. Was ik woonachtig buiten Leeuwarden dan kreeg ik het één keer per week thuisgestuurd. Postblokkade dus. Dit om te controleren of ik de wetten van het traject niet overtrad.
Ook maakten de verplichtingen mij duidelijk dat al mijn overtollige bezittingen onder de inbeslagnameregelingen kwamen te vallen. Een eventuele tweede auto, een caravan en ook het huis vielen hieronder. Het huis, dat al een poos te koop had gestaan, kreeg direct na de uitspraak tot mijn toelating tot de WSNP een verkoopbord in de tuin. Daarvoor stond het al die tijd alleen op de site van de door de bank aangewezen makelaar. Sieraden, die ik overigens niet droeg, kwamen ook onder de hamer van verkoop. Tatoeages mocht ik houden.

Na het lezen hiervan moest ik gelijk denken aan mijn trouwring, die ik nog geen 24 uur van ons zeventienjarig huwelijk heb gedragen. Nog voor de officiële scheiding had ik deze al verkocht aan een bedrijf dat ik bezocht na het bekijken van een reclamefolder.
Het bedrijf, dat op de parkeerplaats bij een Franeker hotel een standplaats in de vorm van een eigen bus had ingenomen, bood gouden bergen voor de aankoop van particulier goud en zilver. Ik had besloten een slaatje uit mijn gebroken huwelijk te slaan door mijn ring te koop aan te bieden. Voordat ik erheen ging had ik nog snel mijn trouwring bij de Lidl in Franeker op de fruitweegschaal gelegd om daarna een karaatberekening te kunnen maken van het emotionele, peperdure huwelijksonderdeel.
Direct na deze weging bracht ik een bezoek aan het bedrijf op wielen. Ik kwam in contact met een graatmagere, opgemaakte jonge vrouw. Het type vrouw dat zonder lood in haar schoenen met windkracht zes niet naar buiten mag. De vrouw sprak me aan in het Engels. Toen ik reageerde in rauw straat-Engels ging ze plotseling over op Duits. Ook dat was voor mij nog wel redelijk te volgen. Mijn ring kwam onder de noemer sloopgoud te vallen. De ring moest worden bewerkt en dat drukte de dagprijs van goud ‘vanzelfsprekend’ stevig omlaag.
Ik kreeg er uiteindelijk niet meer dan vijftig euro voor. ‘Nicht für sie können wir mehr geben. Der markt ist zu instabil‘, hoorde ik het goudvinkje nog zeggen. Terwijl ik er net voor onze mooiste dag van het leven nog dik zevenhonderd gulden voor af moest tikken. Ik voelde me voor het blok gezet maar moest ingaan op haar aanbod, omdat ik gewoonweg geen geld meer had voor boodschappen. Mij bekroop het akelige gevoel dat ze dat aan mij kon zien. Wat had ik dat magere simpele drama liever ergens naar buiten gegooid waar het windkracht tien was. Vlak aan zee en zonder lood in haar schoenen.

bsp;